Nederlands Cursus 2: A1 → A2
Over cursus
Wat betekent niveau A1? (Basis)
Op dit niveau bent u een “beginner”.
- Communicatie: U kunt uzelf voorstellen en eenvoudige vragen stellen over persoonlijke gegevens (waar u woont, wie u kent).
- Interactie: U kunt alleen communiceren als de ander langzaam en duidelijk spreekt en bereid is om te helpen.
- Woordenschat: Beperkt tot zeer alledaagse woorden en korte zinnen.
Wat betekent niveau A2? (Basisgebruiker+)
Dit is het niveau dat in 2026 vaak nog het minimum is voor het inburgeringsexamen (hoewel dit voor sommigen naar B1 gaat).
- Communicatie: U kunt praten over vertrouwde en alledaagse taken, zoals winkelen, werk, familie en uw directe omgeving.
- Interactie: U begrijpt zinnen en veelvoorkomende uitdrukkingen. U kunt eenvoudige informatie uitwisselen in een direct gesprek.
- Zelfstandigheid: U kunt in eenvoudige bewoordingen aspecten van uw eigen achtergrond en behoeften beschrijven.
De stap van A1 naar A2 leert u:
- Langere zinnen maken in plaats van losse woorden.
- Praten in de verleden tijd (wat heeft u gisteren gedaan?).
- Grammatica: Het gebruik van voegwoorden (omdat, want, maar) en de juiste woordvolgorde.
- Begrip: U verstaat bijvoorbeeld korte berichten op de radio of eenvoudige instructies op het werk.
Cursus inhoud
Nederlands Cursus 1: A0 → A1
-
Topic 1
-
Les 1
Student waarderingen & beoordelingen
Nog geen beoordeling